Dussense tak (2)

 

Antonie I Hofmans (2)

Van de veertien kinderen van Antonie en Adriana stierven er zes op (zeer) jonge leeftijd.
Twee zonen – Henricus (1822-1865) en Cornelis (1834-1896) – zullen in volgende afleveringen aan de orde komen.
In dit stukje aandacht voor een zestal kinderen die weliswaar zijn verdwenen in de mist ter tijden, maar daarbij toch een enkel spoor hebben nagelaten.

Het eerste kind was Gerardus (1818), vernoemd naar zijn grootvader van vaderszijde, net als zijn Rotterdamse neef Gerardus Hofman (1808) en zijn Waspikse neef Gerrit Hofmans (1822).*  Deze Dussense Gerrit was, samen met zijn oudste zuster Cornelia, getuige bij de doop van Joannes (1835), het jongste kind van Antonius en Adriana. Gerrit was toen bijna 18.
En dat is meteen het laatste dat we vooralsnog van hem weten.

Het tweede kind (1819) werd Cornelia genoemd – inmiddels ook een vertrouwde familienaam. Zij trouwde op 21 juni 1848 in Rotterdam met Pieter Johannes Matthijs Kempe en vestigde zich met hem in Kralingen, dat toen nog een zelfstandige gemeente was. Ruim zes maanden later (het was een moetje) baarde Cornelia een tweeling: Adriana en Johanna (vernoemd naar hun twee grootmoeders). Cornelia stierf de volgende dag; beide twee meisjes stierven binnen een maand.
Kempe verwekte nog een aantal kinderen en trouwde uiteindelijk met de moeder; ik heb hem verder niet meer gevolgd.

Het zesde kind heette Johanna, naar haar grootmoeder Johanna van der Pluijm. Zij trouwde in 1859 met een Adriaan van der Pluijm – weliswaar afkomstig uit Raamsdonk, maar ongetwijfeld een verre neef; ik heb dat niet verder uitgezocht. Zij kregen drie kinderen. Johanna bleef haar hele leven in Dussen wonen; zij overleed in 1881, 57 jaar oud.

Nummer 7 was (de tweede) Adriaan, geboren in 1825. We komen hem tegen in het Militieregister van Woudrichem voor 1844; hij was toen 19. We leren daaruit dat hij bij zijn moeder woonde en schippersknecht van beroep was, en dat hij voor de militaire dienst was ‘gedesigneerd’ (aangewezen). Er staat echter niet bij wanneer en bij welk onderdeel hij is ingelijfd, zodat het de vraag is of hij daadwerkelijk in dienst is geweest. Verder weten we (nog) niets over hem.

Jacobus (nr 10, 1829) kwam bij de marine in Den Helder terecht als arbeider; hij overleed daar in het marinehospitaal op 10 oktober 1859.

Over nummer 14,  Joannes 2 (1835) ten slotte vond ik het volgende:
‘Op 30 april 1859 werd een notariële akte opgesteld door notaris Eugenius Tijsmans uit Waalwijk, waarin Hendrikus van der Velden, touwslager te Dussen, namens zijn minderjarige broer Antonius een contract van plaatsvervanging voor de Nationale Militie afsloot met Johannes Hofmans, zoon van Antonie Hofmans (overleden) en Adriana van Diepenbroeck uit Dussen, dit tegen een financiële compensatie van 450 gulden. In het contract werd tevens een betalingsregeling overeengekomen van: 50 gulden te betalen bij indiensttreding van Johannes Hofmans, de remplacant voor zijn broer, 1 gulden per week te vergoeden aan de weduwe Hofmans-Diepenbroeck gedurende de volledige diensttijd van haar zoon Johannes, het restant bedrag uit te betalen bij einde diensttijd aan Johannes of in geval van zijn overlijden in wekelijkse termijnen van 1 gulden aan zijn moeder.’ Bron Ton Lensvelt.

Joannes’ sterfdatum heb ik niet gevonden, maar nader onderzoek zal ongetwijfeld nog wel wat opleveren.

__________
* De Waspikse neef Gerrit was een zoon van Willem Hofmans, de jongste broer van Antonie II.

[21 juni 2018]

Vervolg.

Naar Inhoud.

One thought on “Dussense tak (2)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s