Reinier Lindeman (slot)

Amsterdam – Muiden

Epiloog

Waarschijnlijk verslechterde de gezondheidstoestand van Reinier in de loop van 1854. In ieder geval kon het gezin niet meer rondkomen en moest het Huiszittenhuis* bijspringen. Bovendien verviel na zijn overlijden ook nog zijn pensioen van f 88,– per jaar.

1855 Asd Huiszittenhuis – A
Uit het Inschrijfboek van de Huiszittenhuizen.
Uit de twee kolommen rechts blijkt dat het gezin ondersteuning kreeg in de winters van 1854 en 1855 en in de zomers van 1855 en 1856 (met welke bedragen is onbekend). Eind juni 1856 werden de kinderen opgenomen in het Diaconie Weeshuis en kwam dus een eind aan de ondersteuning.
De tekst ‘Beide G.L. 1852’ betekent waarschijnlijk dat beide ouders sinds 1852 lidmaat van de hervormde (gereformeerde) kerk waren.
Reinier wordt ‘sjouwerman’ genoemd; je vraagt je af wat er nog te sjouwen viel door een man van 69.

Lees verder Reinier Lindeman (slot)

Reinier Lindeman (20)

Amsterdam

Op weg naar het einde

Op 30 oktober 1851 vestigt Reinier Lindeman zich vanuit Nunspeet in Amsterdam; het nieuwe adres is Sint Nicolaasstraat 20.*
Reinier staat dan aan het hoofd van een achtkoppige menagerie (ik volg de spelling van het Bevolkingsregister):

  • Reinier Lindeman (67), koopman.
  • Fennetje van der Linden (50), zijn vrouw.
  • Lukerese Kluinnaar (78), de moeder van Fennigje; zij zal al op 22 november 1851 overlijden.
  • Hendrikje van der Linden (25), oudste dochter van Fennigje.
  • Jan Pijffers (22), dagloner, later zeeman, zoon van Fennigje uit haar eerste huwelijk.
  • Johanna Lindeman (11), dochter van Reinier en Fennigje.
  • Hendrik Lindeman (10), zoon van Reinier en Fennigje.
  • Maria Kattenbelt (6), de jongste dochter van Fennigjes zusje Geertje (overleden in 1847).

Lees verder Reinier Lindeman (20)

Reinier Lindeman (17)

Leeuwarden – Sneek – Utrecht – Ermelo

Vuurwerk & stilte

Directeur Visser schreef op 2 augustus 1827 aan de Permanente Kommissie, dat zaalopziener Lindeman ontslag had genomen, maar uit andere bron valt af te leiden dat Reinier al in juni moet zijn vertrokken.
Op 22 juni 1827 verscheen de volgende advertentie in de Leeuwarder Courant.

1827.06.22 Leeuwarder Courant

Kennelijk probeerde Reinier zijn oude vaardigheden als artillerist nieuw leven in te blazen.

Lees verder Reinier Lindeman (17)

Reinier Lindeman (16)

Veenhuizen

Zaalopziener

Op 13 november 1824 schreef directeur Visser vanuit Frederiksoord aan de Permanente Kommissie:
‘Ik heb de Eer bij dezen de Permanente Kommissie te informeren dat hier zijn aangekomen de benoemde zaalopzieners R Lindeman, A de Clerq, JW Bezemer en Veit; dat de eerstgemelde na te zijn bevonden ongeschikt om op het Algemeen Bureau werkzaam te zijn naar Veenhuizen is vertrokken om den gewezene zaalopziener Los te vervangen…’, etc.

Kennelijk was nog even overwogen om Reinier een administratieve functie te geven, maar bleek hij toch niet te beschikken over de benodigde vaardigheden. Na het lezen van de drie brieven die hij eerder aan de commissie had geschreven, kan ik mij bij dat oordeel wel iets voorstellen.*
Reinier werd dus gewoon zaalopziener, zoals hem ook in het vooruitzicht was gesteld.

Lees verder Reinier Lindeman (16)

Reinier Lindeman (15)

De kolonies van de Maatschappij van Weldadigheid

Omstreeks 1825 telde de Maatschappij van Weldadigheid vijf kolonies.*

Allereerst waren dat de vrije kolonies Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord, alledrie gelegen in de buurt van Steenwijk. Deze kolonies bestonden uit 100 à 150 boerderijtjes, elk met een lapje grond van ongeveer 1 ha. Verder waren (of kwamen) er huizen voor personeelsleden, een paar grotere boerderijen, ‘fabrijken’ en allerlei voorzieningen, zoals kerken en scholen. In Willemsoord kwam zelfs een synagoge.
In 1825 woonden hier in totaal ruim 2000 mensen.

Lees verder Reinier Lindeman (15)