Reinier Lindeman (4)

Zeist

Kamp van Zeist

Op 15 maart 1804, vijf dagen na de afloop van zijn dienstverband bij de infanterie, tekende Reinier Lindeman een nieuw contract: hij werd kanonnier bij de 4compagnie van het 3bataljon artillerie te voet. Uit een bericht in de Utrechtsche Courant weten we dat deze afdeling op dat moment in Delft overwinterde.

1804.01.13 Utrechtsche Courant
Uit de Utrechtsche Courant van 13 januari 1804.

Eerder dat jaar was de Franse generaal Auguste de Marmont naar Nederland gezonden met de opdracht leiding te geven aan het opzetten en trainen van een expeditiekorps van 18.000 man, dat te zijner tijd zou kunnen worden ingezet bij de geplande invasie van Engeland. Marmont koos hiervoor een stuk heide van 1×3 km tussen Zeist en Soesterberg.
Op quatorze juillet 1804 arriveerden hier 14 Franse en 8 Bataafse bataljons – waaronder het 3bataljon artillerie te voet –  met zo’n 60 kanonnen.

Het legerkamp werd in augustus bezocht door generaal Jean Baptiste Dumonceau, zijn (tweede) vrouw Agnes Wilhelmina Cremers, zijn zwager Franciscus Jacobus Joannes Cremers en zijn zoon Jean François, destijds 14 jaar oud. Later zou deze François Dumonceau in zijn memoires een uitvoerige beschrijving geven van dit bezoek.

In 1804 was mijn vader enige tijd in Nederland, toen hij opperbevelhebber Marmont begeleidde op een inspectiereis. Ik reisde mee met mijn vader als artillerist. De inspectiereis voerde langs verschillende plaatsen in het land. Ik werd uiteindelijk naar Haarlem gestuurd omdat mijn vader ging kamperen in de omgeving van Utrecht. Na een tijdje vroeg hij mijn moeder, die ook mee was, mijn oom Frans en mij, om naar het kamp te komen; hij dacht dat wij dit wel graag zouden willen zien.

We vertrokken in de eerste dagen van augustus, reisden met een gehuurd rijtuig bespannen met vier paarden. De eerste avond overnachtten we in een herberg, waar we zachte kleine witte broodjes kregen, cadetjes genaamd. Die waren zeer smakelijk!

De tweede dag van de reis verliep zeer voorspoedig. In de namiddag kwamen we voorbij Amersfoort in zicht van het kamp van Zeist, dat te zien was vanaf de hoogten; een lange rij witte tenten glinsterde in de zon.

En wat een prachtig kamp was dat.

De officierstenten waren omringd door schaduwrijke bosjes met banken of ligstoelen op het grasveld, tuintjes versierd met bloemen, vazen of beeldjes, vijvers vol rode vissen en eenden, miniatuur boten en scheepjes en watervallen; ook waren er miniatuur kastelen en forten, perfect nagemaakt, met ophaalbruggen, omheiningen, gebouwen, zelfs de kanonnen en alles wat erbij hoort, allemaal in Zeist gekocht als speelgoed.

De dagelijkse werkzaamheden in het kamp waren altijd precies op tijd. De infanterie schoot op de schietschijf of voerde manoeuvres uit. De cavalerie werkte op een andere plek. De artillerie oefende op hun schietterein. Ik ging daar graag kijken. Ze schoten heel zuiver en precies; je kon soldaten zien lopen voorbij de doelen, op zoek naar kanonskogels, en die maakten zich niet druk om door verdwaalde kogels geraakt te worden.

Zondags verzamelden alle troepen van de diverse onderdelen zich tegen negen uur in de ochtend in groot tenue voor het kampfront, om door opperbevelhebber Marmont te worden geïnspecteerd. Het was zeer indrukwekkend om te zien, omdat ze met zovelen waren, en zo keurig stonden opgesteld, met die mooie, felgekleurde uniformen. Al gauw verscheen daar de opperbevelhebber, in galop, gevolgd door de staf, ook allemaal in galop, met hun lange pluimen in allerlei kleuren; dat was een schitterend gezicht.

Nadat Marmont snel de hele linie van 20.000 manschappen was langsgereden, gingen ze allerlei oefeningen doen. Daarna kwamen we in de buurt van de Krakeling, waar de militaire bakkerijen waren; daar aten de mannen de lunch. Daarna werden er weer oefeningen gedaan. Tegen drie uur ’s middags was iedereen weer in het kamp. De generaals, gevolgd door hun staf, volgden de opperbevelhebber tot bij zijn tent waar zij een groots diner hadden.

Een groot aantal mensen uit de omgeving, zowel deftige mensen als gewone, kwam elke ochtend naar het kamp om het schouwspel (de ochtend-inspectie met de oefeningen) bij te wonen en zij liepen dan de rest van de dag door het kamp om daar van alles te bekijken. Achter het kamp was een lange rij van kantines, uitspanningen en herbergen, waar ten slotte al die bezoekers naartoe gingen om er iets te eten en te drinken en waar zij de hele avond aan tafel bleven zitten, totdat de militairen zich terugtrokken; dit werd aangekondigd door een kanonsalvo. Deze samenkomsten waren altijd zeer feestelijk, opgevrolijkt door muzikanten en jongleurs.

Uit: Mémoires du général comte François Dumonceau 1790-1811, publicé d’après le manuscrit original par Jean Puraye, Brepolis-Bruxelles, 1958.
De (vrije) vertaling heb ik van internet.

[8 juli 2019]

Vervolg.

Naar Inhoud.

2 gedachten over “Reinier Lindeman (4)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s