Reinier Lindeman (11)

Utrecht

Een brief aan Johannes van den Bosch

Nederland was eeuwenlang het welvarendste land van Europa, maar aan die welvaart was in de Bataafs-Franse periode een eind gekomen. De staat was praktisch failliet, handel en scheepvaart lagen stil, steden waren in verval en het platteland werd geteisterd door misoogsten. Een groot deel van de bevolking was vervallen tot diepe armoede en er was onvoldoende werk.

Johannes van den Bosch (1780-1844) kwam in 1817 met een plan om hier iets aan te doen.

De provincies Overijssel en Drenthe telden destijds vele tienduizenden hectares ongerepte natuur – woeste gronden in het toenmalige jargon. Die woeste gronden konden worden ontgonnen: de bestaande natuur werd met wortel en tak uitgeroeid om te worden getransformeerd tot landbouwgrond. Die landbouwgrond kon vervolgens worden geëxploiteerd door veelbelovende paupers, die op die manier in hun onderhoud zouden kunnen voorzien.

Om aan het benodigde kapitaal te komen zette Van den Bosch de Maatschappij voor Weldadigheid op, waarvan bemiddelde burgers lid konden worden tegen een wekelijkse contributie van 5 stuivers. Uitgaande van de verwachte inkomsten kon Van den Bosch een lening afsluiten waarmee een eerste project kon worden gefinancierd. Dat was de proefkolonie Frederiksoord. Daarna volgden meer kolonies.

Op 21 februari 1821 richtte Reinier Lindeman zich tot Johannes van den Bosch* met de volgende brief.

Aan zijn Exelentie;
Den Heere Generaal;
Van[den] Bosch;
Over de Kolonie
Frederiks-Oord &c&c

Geeft met verschuldigde Eerbied te kennen Reynier Lindeman Woonende te Utrecht op de Varkenmarkt No693.
Dat hij den Landen VierEntwintig Jaaren gedient heeft, laatstelijk bij het Bataillon Artillerie Nationale Militie N6, als Sergeant majoor.
Daar hij door bekoomene blessuuren door Zijne Mejesteid is begunstigt met een Jaarlijks gagement van achtentachtig guldens. Daar hij met vrouw en drie kinderen niet in staat is daar van te kunnen leeven.
Zoo nadert hij met verschuldigde eerbied Uwe Exelentie; en smeekt met een post op de kolonie Frederiks-Oord te worden vereert: hoe gering de zelven zijn moog, mag ik Zijne Exelentie mijn leeven dankbaar zijn.
Van Kunden en Certificaaten wat een fatzoendelijk man behoord te hebben kan hij loflijk produceeren het welk etc. etc. etc.
                                                                                                                    R Lindeman
Utrecht.
Den 21Februarij
1821.

De inhoud van de brief spreekt voor zich, maar roept twee vragen op.

Allereerst is er de mededeling over ‘drie kinderen’. Noch in Bergen op Zoom noch in Utrecht is een spoor te vinden van de geboorte van een kind uit de echtverbintenis van Reinier en Anna Maria Stok. Mijn vermoeden is daarom dat de vader van Anna Maria ergens tussen 1816 en 1821 is overleden en dat zijn kinderen vervolgens in het gezin van Reinier zijn opgenomen. Enig bewijs voor deze veronderstelling heb ik echter niet kunnen vinden.

Ten tweede de hoogte van Reiniers pensioen. Een inkomen van 88 per jaar was inderdaad niet genoeg. Als sergeant-majoor had Reinier per jaar een kleine f 300 verdiend, ongeveer net zoveel als het inkomen van een geschoolde ambachtsman. Alle reden dus om een baantje te zoeken.

__________
* Johannes van den Bosch had in 1813-1814 het commando over het beleg van Naarden en heeft daar mogelijk een kort moment oog in oog gestaan met bombardier Reinier Lindeman.

[24 juli 2019]

Vervolg.

Naar Inhoud.

2 gedachten over “Reinier Lindeman (11)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s