Gerrit II Hofmans (6)

Rotterdam

Failliet

Bij het woord schoenmaker denken wij tegenwoordig aan iemand die schoenen repareert. Schoenen kopen doe je in een schoenenwinkel en de schoenen die daar worden verkocht, zijn gemaakt in een schoenenfabriek; alleen bij hoge uitzondering laat iemand zijn schoenen op maat maken en dat is dan een kostbare aangelegenheid. Maar ooit was een schoenmaker iemand die zelf schoenen maakte. Repareren deed een schoenlapper en schoenenwinkels waren er niet.
Gerrit Hofmans en Sam Thijssen waren schoenmaker in de jaren 1850-1890 – op het breukvlak tussen vroeger en nu.

In de achttiende eeuw werden schoenen overwegend lokaal geproduceerd. Schoenmakers waren georganiseerd in plaatselijke gilden en de verkoop van schoenen ‘van buiten’ was aan strenge beperkingen onderworpen. Los van deze stedelijke organisaties ontstond al in de zestiende eeuw in de Langstraat, op de grens van Holland en Brabant, een concentratie van leerlooierijen en schoenmakersbedrijfjes, waar in toenemende mate schoenen voor de ‘export’ werden gefabriceerd. Bekend is dat dit soms tot conflicten leidde: zo werd in 1742 in Leiden geklaagd over de geweldige toestroom van schoenen uit de Langstraat.

Na de afschaffing van de gilden rond 1800 werd de binnenlandse export vanuit de Langstraat steeds belangrijker en we mogen aannemen dat het oude schoenmakersambacht in de steden omstreeks 1850 al op zijn retour was.

In 1859 werd in Waalwijk de eerste stikmachine geïntroduceerd en in 1866 was dit apparaat algemeen in gebruik in de Langstraat. De arbeidsproductiviteit verdubbelde hierdoor en dit leidde tot een verdere teruggang van het traditionele schoenmakersbedrijf, met name in de steden. Tegen 1900 werden stikmachines met stoomaandrijving in gebruik genomen, waardoor de arbeidsproductiviteit nog verder steeg.

Leernaaimachine (Marktplaats)
Dit plaatje van een stikmachine vond ik op Marktplaats. Een dergelijk apparaat, dat met de voet wordt aangedreven, was te duur voor individuele schoenmakers.

We hebben gezien dat Sam Thijssen aanvankelijk vooral schoenen repareerde; nieuwe schoenen maken kon hij wel, maar daar was praktisch geen vraag meer naar. Later richtte Thijssen zich meer op de verkoop, en nog weer later besteedde hij al het reparatiewerk uit. Bij zijn vader zien we een tegengestelde ontwikkeling: die ging zich beperken tot het repareren van schoenen.

Gerrit Hofmans werkte zo’n 20 jaar eerder als schoenmaker, maar zag zich geconfronteerd met vergelijkbare ontwikkelingen. In plaats van schoenmaker werd hij winkelier annex schoenlapper. En als winkelier kreeg hij te maken met heel andere eisen dan eerder als schoenmakersknecht in loondienst. Er kwam plotseling veel geld binnen, maar daartegenover stonden natuurlijk ook relatief grote financiële verplichtingen.

In de loop van 1866 verhuisde Gerrit met zijn zaak naar de Westerstraat, net buiten de stadsdriehoek. Aanvankelijk dacht ik dat dit een goedkopere locatie moet zijn geweest, maar bij nader inzien ben ik daar niet zo zeker van. Misschien was deze verhuizing juist bedoeld als een sprong voorwaarts.
Die sprong is hem dan fataal geworden. Op 24 februari en 12 maart 1867 verschenen de volgende advertenties in de NRC.

1867.02.24 - NRC
Nieuwe Rotterdamsche Courant van 24 februari 1867.
1867.03.12 NRC
Nieuwe Rotterdamsche Courant van 12 maart 1867.

Ten slotte hechtte de rechter op 9 maart 1867 zijn akkoord aan de bereikte overeenkomst. Daarmee was het faillissement beëindigd.*

1867.04.10 NRC
Nieuwe Rotterdamsche Courant van 10 april 1867.

Uiteindelijk werd de zaak overgenomen door Johannes Bartholomeus Cras, 56 jaar oud:

1867.05.05 - NRC
Nieuwe Rotterdamsche Courant van van 5 mei 1867.

Cras slaagde, waar Gerrit faalde. De Rotterdamse adresboeken vermelden J.B. Cras tot 1875 als schoen- en laarzenmaker in de Westerstraat 40. Dan blijkt hij verhuisd naar de Westzeedijk 48. Hij overleed in 1881, maar de zaak werd voortgezet door zijn weduwe.

__________
* De meeste faillissementen worden opgeheven ‘bij gebrek aan baten’. Als er wel voldoende baten zijn, kan een akkoord gesloten worden met de schuldeisers, die dan genoegen nemen met betaling van een deel van de schulden. Om rechtskracht te verkrijgen, moet een dergelijk akkoord bekrachtigd worden door de rechter; dat heet homologatie.

[19 maart 2018 / 31 mei 2020]

Vervolg.

Naar Inhoud.

 

2 gedachten over “Gerrit II Hofmans (6)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s