Gerrit II Hofmans (46)

Nederland

De gezondheidszorg omstreeks 1850

Als ik goed heb geteld, stond Gerrit in zijn leven zeven maal terecht wegens het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst. Eenmaal werd hij vrijgesproken, vijf keer werd hem een boete opgelegd en de zevende keer werd hij wegens ‘ontoerekenbaarheid’ ontslagen van rechtsvervolging. Dat laatste, op het oog humane vonnis resulteerde in levenslange opsluiting in een krankzinnigengesticht, dat op termijn alle kenmerken van een gevangenis ging dragen.
Het blijft mij intrigeren hoe een relatief simpel vergrijp (dat voor zover bekend niemand schade had berokkend) heeft kunnen leiden tot een dergelijke draconische maatregel.

In de tijd dat Gerrit opgroeide – omstreeks 1850 – was de gezondheidszorg in Nederland chaotisch geregeld. Om te beginnen waren er drie soorten dokters: doctores medicinae, heel- en vroedmeesters en officieren van gezondheid. Daarnaast waren er drie verschillende bevoegdheden: geneeskunde (= inwendige geneeskunde), heelkunde (= uitwendige/snijdende geneeskunde) en verloskunde. En ten slotte waren er diverse, zeer uiteenlopende opleidingsmogelijkheden.
Het is niet mijn bedoeling dit onderwerp hier in extenso te behandelen; ik beperk mij tot de paar categorieën die relevant zijn in verband met het ‘medisch handelen’ van Gerrit.

Het hoogst in aanzien stonden de doctores medicinae. Zij hadden aan een universiteit gestudeerd en hadden deze studie afgesloten met een promotie. Die promotie leverde één van de drie medische bevoegdheden op; voor het verkrijgen van een tweede of derde bevoegdheid was een tweede dan wel derde promotie vereist. Overigens moeten we ons bij zo’n promotie niet al te veel voorstellen; het was weinig meer dan een mondeling examen op basis van een korte schriftelijke uiteenzetting door de promovendus. In het Latijn, dat wel.
Doctores medicinae hadden een dure opleiding achter de rug. Zij vestigden zich bij voorkeur in de steden en rekenden veelal hoge tarieven voor hun consulten.

Heel- en vroedmeesters werden in beginsel opgeleid op een klinische school. Deze opleiding duurde vier jaar en werd afgesloten met een examen voor een provinciale Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzicht. De kandidaat kon daarbij kiezen uit vier examens voor vier verschillende bevoegdheden: heelmeester (in een stad), heelmeester ten platten Lande, vroedmeester of scheepsheelmeester. Wie twee of meer bevoegdheden wilde verwerven, diende twee of meer examens af te leggen.
Heelmeesters mochten de uitwendige geneeskunde uitoefenen en ook geneesmiddelen voor uitwendig gebruik voorschrijven, maar de inwendige geneeskunde was uitdrukkelijk voorbehouden aan de doctores medicinae.

Naast de klinische scholen bestond er een aanzienlijk kortere weg om het tot heel- of vroedmeester te brengen. Die liep via een stage bij een praktiserend heel- of vroedmeester direct naar een van de examens bij een provinciale Commissie van Geneeskundig Onderzoek en Toevoorzicht.* Aangezien die examens niet veel voorstelden, kon zo’n stage beperkt blijven tot een aantal maanden, hooguit een jaar. De chirurgijn Isaac Breemer, met wie Gerrit in Amsterdam korte tijd samenwerkte, had ongetwijfeld op die manier zijn bevoegdheid verkregen. Overigens betekende deze short cut op termijn de doodsteek voor de klinische scholen.

Naast al deze ‘echte’ dokters liepen er natuurlijk ook talloze kwakzalvers rond, veelal oplichters, maar zeker niet altijd. Daarbij moet worden aangetekend dat de zegeningen van de officiële geneeskunde niet altijd duidelijk waren: zo stonden de echte dokters volstrekt machteloos tegenover de vele infectieziekten waardoor de bevolking werd geteisterd. Anderzijds gingen ook destijds veel ziekten ‘vanzelf’ over, zodat het dus niet veel uitmaakte of je door een dokter of een kwakzalver werd bediend. Maar van zo’n kwakzalver kreeg de patiënt wel meer aandacht en hij kostte vaak (niet altijd) beduidend minder dan een doctor medicinae of een heelmeester.

De Wet op de Uitoefening van de Geneeskunst van 1865 was bedoeld om aan deze chaos een einde te maken.

__________
* Toevoorzicht betekent gewoon toezicht.

[11 juni 2020]

Vervolg.

Naar Inhoud.

 

 

Eén gedachte over “Gerrit II Hofmans (46)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s