Gerrit II Hofmans (48)

Nederland

Ontoerekenbaarheid en gedwongen opname

In het vonnis van de Haagse kantonrechter van 6 april 1894 werd Gerrit Hofmans ontslagen van alle rechtsvervolging op grond van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht (1886). Krachtens dit artikel was iemand die een strafbaar feit pleegde dat hem ‘wegens gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing zijner geestvermogen niet kan worden toegerekend’, niet strafbaar.

Het concept ontoerekenbaarheid* kwam al voor in het oude Wetboek van Strafregt (1810). Volgens deze wet bestond ‘noch misdaad noch wanbedrijf’, indien verdachte in een toestand van krankzinnigheid verkeerde; met andere woorden: hij werd ontoerekenbaar verklaard en ontslagen van rechtsvervolging. Voor een eventuele gedwongen opname in een krankzinnigengesticht was vervolgens een civiele procedure vereist, en daarbij lag het initiatief bij de officier van justitie of de familie.

Niet iedereen was gelukkig met deze bepalingen. Vaak kwam het niet tot een gedwongen opname, met als gevolg dat de gepleegde misdaad zonder consequenties bleef. In de praktijk werd dan ook weinig gebruikgemaakt van deze juridische uitweg.

De bestaande bezwaren werden min of meer weggenomen door het nieuwe Wetboek van Strafrecht van 1886. Krachtens artikel 37, tweede lid, kon de strafrechter bij ontoerekenbaarheid opname in een krankzinnigengesticht gelasten gedurende maximaal één jaar. Hiermee was ‘veroordeling’ tot een gedwongen opname dus gemakkelijker geworden, met als gevolg een ruimere toepassing van het concept ontoerekenbaarheid.

Omstreeks deze tijd bepleitte een crimineel-antropologisch geïnspireerde beweging in het strafrecht (de Nieuwe Richting) een actievere aanpak van gewoonte- en beroepsmisdadigers en krankzinnige delinquenten. Daarbij had men aanvankelijk een groot vertrouwen in de mogelijkheden van een psychiatrische behandeling en zo bevorderde deze denkrichting het inschakelen van psychiaters in het strafrecht. Het was en bleef de rechter die besliste of de beklaagde al dan niet toerekenbaar was, maar hij liet zich daarbij steeds vaker adviseren door een psychiater, en in de praktijk was het oordeel van de psychiater meestal doorslaggevend.

Maar vervolgens bleek dat de mogelijkheden van de psychiatrie helemaal niet zo groot waren. Het komt erop neer dat de steeds ruimerhartiger toepassing van artikel 37 WvS niet leidde tot een oplossing van een probleem, maar tot het creëren van nieuwe problemen. Om er drie te noemen:

Ten eerste was er de categorie onverlaten die na afloop van de termijn van maximaal een jaar als ‘niet krankzinnig’ of ‘genezen’ werden losgelaten en vervolgens vrolijk doorgingen met hun kleine criminaliteit.

Dan was er de groep criminelen, die wél krankzinnig waren, maar voor wie volstrekt geen behandeling beschikbaar was. Zij bleven dus krankzinnig. Na afloop van de termijn van maximaal een jaar vielen deze ‘patiënten’ onder de werking van de Krankzinnigenwet van 1884, die het mogelijk maakte telkenjare een nieuwe machtiging tot gedwongen opname aan te vragen. Zij kwamen dus nooit meer vrij.

En ten slotte waren er misdadige krankzinnigen en krankzinnige misdadigers, die vluchtgevaarlijk waren, terwijl een krankzinnigengesticht per definitie geen gevangenis was.

__________
* Tegenwoordig wordt veelal de term ‘ontoerekeningsvatbaar’ gebruikt, strikt genomen een germanisme. Het WvS 1886 spreekt van ‘ontoerekenbaar’ en ik houd mij in mijn stukjes aan de wet.

[14 juni 2020]

Vervolg.

Naar Inhoud.

2 gedachten over “Gerrit II Hofmans (48)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s