Gerrit II Hofmans (21)

Amsterdam

Vrijspraak

26 juni 1882 was een maandag. Aanvankelijk zou de uitspraak van het hoger beroep plaatsvinden op dinsdag 27 juni om half elf, maar de zaak werd uitgesteld tot vrijdag.

Het moet een spannende week zijn geweest voor Gerrit en zijn familie.

Toegang 28_ inv.nr. 102_ arrest 911.1 – detail
IN NAAM DES KONINGS!
Het GEREGTSHOF TE AMSTERDAM, regt doende in hooger beroep:
GEZIEN het vonnis van de Arrondissements-Regtbank te Amsterdam regt doende in correctionele zaken, op den 25sten Mei 1882, in eersten aanleg gewezen tusschen DEN OFFICIER VAN JUSTITIE bij die regtbank, eiser ten eenre, en
Gerardus Adrianus Petrus Hofmans, oud 40 jaren, zonder beroep, geboren te Rotterdam en wonende te Haarlem. In vrijheid 
beklaagde ter andere zijde; waarbij deze, ter zake van 1o onbevoegde uitoefening der geneeskunst, 2o het in het openbaar aankondiging dat hij de geneeskunst uitoefent door iemand die daartoe is onbevoegd, gepleegd binnen 2 jaren na wegens hetzelfde misdrijf te zijn veroordeeld;

Na de gebruikelijke inleidende paragrafen lezen we in ARREST No. 911 dat de Procureur-Generaal het Hof heeft gevraagd het vonnis van de Rechtbank te bekrachtigen. Met andere woorden: veroordeling van Gerrit Hofmans tot ‘eene cellulaire gevangenzetting voor den tijd van drie maanden’ en ‘betaling van eene geldboete van driehonderd Gulden’.

Het Hof blijkt echter niet mee te gaan in deze eis en komt, na een uitvoerige argumentatie, tot een opmerkelijke uitspraak:

‘Overwegende dat de regtbank bij vonnis waarvan hooger beroep teregt op de bewijsmiddelen daarbij omschreven als wettig en overtuigend bewezen heeft aangenomen de feiten aan den beklaagde bij dagvaarding dd. 3 Mei j.l. ten laste gelegd;

‘Overwegende dat evenwel de regter a quo ten onregte heeft geoordeeld dat die feiten strafbaar zijn gesteld bij de artt. 1.3.18 & 19 der Wet van 1 Junij 1865 Stbl. n.o 60;

‘Overwegende, toch dat de beklaagde in casu noch geneeskundig voorschrift noch geneeskundigen raad heeft gegeven noch ook eenig geneesmiddel voorgeschreven of aangewend heeft, doch zich bepaald heeft tot het enkel uitwendig wrijven en manipuleeren van zijne bij dagvaarding aangeduide patiente (dusgenaamd masseeren of frictioneren) gelijk ook aan het hoofd staat vermeld in de advertentie bij de processtukken aanwezig en die de beklaagde erkend heeft in de Nieuwe Rotterdamsche Courant te hebben doen plaatsen;

‘Overwegende dat het noch in de bedoeling van den vervaardiger der geneeskundige wetten gelegen heeft, noch uit de woorden dier wetten (in specie die van 1 Junij 1865 Stbl. n.o 60) valt af te leiden dat dusdanige orthopaedische manipulatiën / hoedanige door alle gymnastici steeds tot bevordering der gezondheid, tot wegneming van kwalen of van gebreken worden aangewend / als uitoefening der geneeskunde zouden te beschrijven zijn en de onjuiste qualificatie die de beklaagde in de advertentie aan zijne handelingen heeft gegeven ten einde langs dezen weg de opmerkzaamheid van het publiek op zich te vestigen, die handelingen tijdens het in werking treden der wet, regelende de uitoefening der geneeskunst hier ter lande schier onbekend, niet kan vallen in de termen dier wet en de grenzen eener geoorloofde reclame niet overschrijden omdat ieder lezer kan begrijpen, dat ze geen uitoefening der wettelijke geneeskunst geldt.

‘Zich mitsdien niet vereenigende met het vonnis door de Arrondissements-Regtbank te Amsterdam regt doende in correctionele zaken op den 25sten Mei 1882 in eersten aanleg, tegen den beklaagde, thans appellant & geappelleerde gewezen;

‘Doet dat vonnis te niet en alsnu opnieuw regt doende verklaart dat de ten laste gelegde en bewezen feiten daarstellen noch misdaad, noch wanbedrijf, noch overtreding;

‘Ontslaat den beklaagde alzoo van alle regtsvervolging;

‘De kosten van het regtsgeding in beide instantien, ten laste van den staat.

‘GEDAAN en gewezen te Amsterdam, den dertigsten Junij 1882, bij de Heeren Mrs. J.F.T. v Valkenburg vice President, W. v Nauta Lemke, J. van der Feen, A. v Eyck Bijleveld, M.J. v Lennep en S. Wildschut, Raden, die met den Griffier, deze hebben onderteekend, zijnde Mrs. van Eyck Bijleveld en van Lennep buiten staat bij de uitspraak tegenwoordig te zijn, Mr. van Lennep tevens om ’t arrest te teekenen.’

Volgen nog de mededeling dat 15 woorden zijn doorgehaald, en de handtekeningen.

Gerrit bleef vrij man.

[15 februari 2019]

Vervolg.

Naar Inhoud.

 

4 gedachten over “Gerrit II Hofmans (21)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s